Parijs

Ik zit hier nu al een week thuis omdat het ene na het andere gezinslid corona krijgt. Daarover misschien later meer, maar dit is de uitgelezen gelegenheid het verslag dat Jan (mijn schoonvader) maakte te delen. Van donderdag 30 september tot zondag 2 oktober ging Jan samen met zijn drie zonen, Merlijn, Tobias en Silvester, naar Parijs. Hij maakte daarvan een erg leuk verslag en heel veel foto’s dus het leek ons leuk dat hier te delen.

geschreven door Jan Stam:

Dag 1

De wekkers zijn gezet bij Tobias in de IJselstraat in Amsterdam, bij Silvester in de Lindenlaan, bij Merlijn in het Breitnerhof en bij ons in de Gerard Doustraat  in Alkmaar.  Om vijf uur gaan ze af. Ik heb er heel veel zin in, maar ben nerveus. ( Gaat alles kloppen? Wordt er niets vergeten? Zijn de QR codes  in orde? Storingen op het spoor? Auto waarin Anja ons naar de trein brengt gestolen? )

 Douche,  sap, thee.  Klaar. Volgepropte rugzak, oranje flubbertasje met mobiel, tickets, mandarijn bij de hand, portemonnee  met 100 euro  los geld in mijn kontzak. Zorgzame, bezorgde, lieve Anja rijdt om kwart voor zes naar het Breitnerhof waar Peet Merlijn weg kust, om zes uur staat Silvester voor het raam te zwaaien in de Lindenlaan en om kwart over zes zet Anja ons af bij het station.  Het is nog  donker als de lange roltrap ons brengt naar de eerste van de vele poortjes die zich vandaag voor ons zullen openen. Rustige trein. Om kwart voor 7 op perron 15 van het CS. Tobias is zelfs ook ruim op tijd en we nestelen ons opgelucht in de comfortabele stoelen van de Thalys.

We zien in het Groene Hart achter de mistige weilanden een bloedrode zon opkomen. Denderen door België en zien in Brussel het Justitiepaleis met zijn eeuwige steigers.  Ik bel Anja dat ze met een gerust hart kan slapen.  Alles gaat op rolletjes. In het Gare du Nord verkent Tobias even de omgeving met een sigaretje en in een kaartjesautomaat weet Merlijn de targets uit te printen. Een target van 10 kaartjes kost 16.90 . De Metro werkt nog hetzelfde als 40 jaar geleden.  Je schuift het kaartje in een sleuf, het kaartje verschijnt aan de andere kant en het poortje opent zich, zodat je overal naar toe kunt tot je ergens de metro verlaat. O, goddelijke metro : jouw perfecte systeem om door een wereldstad te reizen, jouw geuren, jouw betegelde gangen met spannende affiches, jouw snelheid. Wij doen nonchalant of we bij Parijs horen. Ik zak op een vrij klapstoeltje, de jongens vinden na een overstap in Porte d’Italy  ons stationnetje: Corvisot. Uit het metrostation steken we een marktstraat over en zie ik een heuvel met veel trappen naar ons einddoel.

 Boven op de heuvel komen we in een ons vrolijk makende, relaxte, rustige wijk met Spaanse, Thaise, Franse restaurantjes in de Rue des Cinq Diamants, terrassen op straat,  heel veel street-art en inspirerende teksten op de muren. De wijk  heet Butte aux Cailles. Al snel vinden we het straatje waar ons airbnb moet zijn, de Passage Barrault. Op een schermpje drukken we op de toegangscode, 1974, de deur klikt open en in een binnenplaats hangt  een sleutelkast met weer een code, 1964, en we stappen probleemloos in ons verblijf voor vier dagen. Een geweldig onderkomen. Sfeervol met oude meubels, kleden op de vloer, met smaak uitgezochte kunst aan de gestucte wanden en een bronzen vrouwentorso op een bijzettafeltje. De keuken ziet er goed uit, de doucheruimte comfortabel en er is een slaapruimte voor vier personen. Beneden een tweepersoonsbed voor Merlijn en mij, een steil trappetje naar boven met twee bedden  voor de snurkende tweelingbroers . Alles bevalt ons direct.  Het is nog vóór 12 uur op donderdagochtend en we zijn helemaal gesetteld!

 We hebben trek. We gaan ons met een lunch verwennen in “ons” straatje. We vinden een blijkens Euskatelvlaggen Baskisch eettentje: “Chez Gladines”. Wat is Parijs dan mooi. Met vier mannenbroeders de menukaart hongerig bekijken ,terwijl de karaf rode wijn  eraan komt. We hoeven niet lang na te denken. Ze staan op de kaart: een groot portie escargots voor vier personen. We bestellen verder natuurlijk allemaal wat anders. Ik neem een soort kabeljauw  gerold in rode paprika,  Merlijn een Omelette Basque,  Silvester een Burger Butte en Tobias blijkt vanaf nu wel steeds de beste keuze te maken :Chipiros,  kleine inktvisjes en allerlei andere geviste in piments piquillos. We  genieten er allemaal van.

 We zijn ruim op tijd om het tijdslot van drie uur van het Centre Pompidou te halen. De zon schijnt uitbundig en op terras  van  Café le Cirque drinken  we een biertje. In Parijs wordt in de horeca en de musea altijd een qr-code gevraagd.  In de musea en het openbaar vervoer ,ook op de perrons, is een mondkapjesplicht. Met onze codes, onze maskers en onze in Alkmaar uitgeprinte tickets konden we een rij vermijden en mochten naar binnen. Na wat negatieve berichtgeving was ik wat sceptisch over Pompidou,  maar de beroemde roltrap is echt heel indrukwekkend.  Etage na etage zie je steeds meer van Parijs, de stad waarvan we tot nu toe een enkele glimp hadden gezien en de hoogste verdieping is hoger dan ik dacht. Een schitterend uitzicht. De Eiffeltoren,  de kerken, Montparnasse en vooral blinkend in de zon de witte Sacre Coeur  op Montmartre.

Op de bovenste verdieping waar het plotseling drukker was bij de tijdelijke tentoonstelling van Georgia O’Keeffe, een Amerikaanse schilderes uit de vorige eeuw. Van haar  eerste werk, veel bloemen, was ik niet onder de indruk, maar steeds verder in haar ontwikkeling werd ik enthousiast.  Verrassend, dat meisje van O’ Keeffe. Een verdieping lager heb ik echt genoten. Van de ene verbazing naar de ander.  Otto Dix, Léger, een zaal vol Chagall,  een drie meter hoge Giacometti.  Af en toe kwamen we elkaar tegen om te zeggen wat je niet moest missen. Nog lager was de meest recente kunst tentoongesteld, van kunstenaars waar alleen  Merlijn de namen van weet, maar we alle vier steeds weer kunst zagen die ons trof. Helaas, steeds vaker zocht ik bankjes op om alles van enige afstand op me in te laten werken. Het werd teveel en het diner was te aanlokkelijk. Snel naar de heuvel met de honderd trappen naar het Straatje van de Vijf Diamanten. Op nog geen vijftig stappen van ons huis gaan we naar Thai Papaya. Onder het genot van een pastis , om zeven uur en erg vroeg voor Parijs, bestellen we het volgende:  Jan: Cuisses de Cailles (kwartel), Silvester: Par grille ou Bastille (zeebaars), Tobias: Canard au curry rouge  (eend), Merlijn: Larme du tigre qui pleure (runderborst gegrild, de beroemde huilende tijger). Het moet een fraai gezicht geweest om te zien hoe we van elkaars borden gretig proefden. Toen kwam Sil op het geniale idee om naar onze kamer te gaan, waar ik na een pastis instortte en de jongens nog tot drie uur door bleven ouwehoeren. WAT EEN DAG!!!

dag 2

Al vroeg op,  want om 11 uur zal ons tijdslot zich openen in de Oranjerie, waar we de Waterlelies van Monet gaan bewonderen. Vlakbij ons onderkomen is een boulangerie, waar we croissants en zoete rondjes kopen, die we op een bankje in een parkje boven “mijn” trappen opeten. Langs het parkje is een soort catwalk van parisiennes. Vervelen doen we ons geen moment. Ook de metro kent spannende momenten, Als ik trap op trap af voortstrompel door de gangen voel ik plotseling iets aan mijn kontzak alsof mijn portemonnee beweegt, alsof iemand mijn bilair liefkozend betast. Ik grijp razendsnel naar mijn kontzak en voel  nog  net mijn portemonnee met 100 euro zakgeld van Anja  verdwijnen in de hand van een zakkenrollende gozer . “Hij wilde me rollen!” roep ik naar mijn jongens en als de  pickpocketer mijn gespierde, indrukwekkende lijfwachten ziet, speelt hij verbazing naar zijn venijnig uitziende handlanger.  Mijn geld is gered, maar het was echt een oei, oei, oei-situatie.

Ruim op tijd zijn we bij het Place de la Concorde. We kijken uit over de Seine met in de verte de Eiffeltoren en het Palais Royal.  De Nymphés de Monet, de Waterlelies,  zijn in de Oranjerie  tentoongesteld in twee ronde zalen, waarin door de oude Monet verzocht werd om in stilte tot rust te komen.  Een stilte die helaas alleen verbroken wordt door de uitleg van Merlijn  over de schoonheid van een van de meest indrukwekkende schilderijen ter wereld. In de Oranjerie is nog veel meer te zien. Een grote verzameling impressionisten als Renoir, Cézanne, Braque, maar vooral een prachtige tentoonstelling van Soutine en zijn invloed op het werk van Willem de  Kooning. Soutine is ook weer beïnvloed door Rembrandt. Ik ben vanaf nu een groot bewonderaar van Chaim Soutine.  Zo zien we bloederige Geslachte Os en een Badende Vrouw die ook onze grote meester geschilderd heeft. Na deze verrassende tentoonstelling leek het wel genoeg, maar we hadden ook nog het Musée d’Orsay op het verlanglijstje! Een prachtig gebouw, dat voormalige station aan de Seine. We lunchen in het restaurant achter de reusachtige stationsklokken die het gebouw zo typeren. Boven in de zalen de grootste verzameling impressionisten ter wereld. Silvester ontdekte zelfs de echte Monet met de klaprozen die bij hem jaren in de kamer hangt. Zelf liep ik nog door een grote tentoonstelling over het begin van de cinematografie (Lumière) rond 1900 in Parijs. Om half vier spreken we buiten het museum af waar de kastanjeverkoper plotseling paraplu’s is gaan verkopen, omdat het wat regent.

In ons airbnb blijf ik uitrusten, terwijl de jongens naar de door Christo ingepakte Arc de Triomph  en de Eiffeltoren gaan kijken. Ze komen drijfnat terug.

We eten vanavond in een  tapasrestaurant , “Sous la Feuille”. De eerste ronde vier porties, de tweede ronde vier porties, wat betekent dat we totaal acht porties mogen proeven! (gerookte eend, geitenkaas met honing, een grote gepofte pieper, enz. enz.) Alles wordt natuurlijk weggespoeld methode wijn.  Het restaurantje is volgepropt met vrolijke gezelschappen. Het lijkt alsof Parijs na de coronalockdown een bevrijding viert. Een groep van een man of tien met grootouders, ouders en kinderen die luidruchtig iets te vieren hebben. Twee jonge vrouwen die al etend nog meer van elkaar dan van de tapas genieten. Drie mooie meiden die er zin in hebben met een jongen. Het groepje wordt steeds weer aangevuld met vrienden en vriendinnen die zich door ruimtegebrek op elkaars schoot opstapelen. Soms moet er een over Tobias heen kruipen om, excusez moi, naar het toilet te kunnen. Als de feestgroep verdwijnt , verplaatsen ze zich naar de grote tafel. De jongen die ons bedient, jong en vriendelijk vraagt waar we vandaan komen. Pays Bas? Hij onthult op zijn onderarm een grote tattoo: “gezellig”. Omdat het zo een mooi woord is, dat aangeeft hoe de sfeer kan zijn. We hadden een gezellige, feestelijke avond. De keien in de straten glimmen van de regen . Terug thuis wat nazitten,  maar al snel weer naar de stinkende bedden. Volgens Merlijn praten  de jongeren nog tot vier uur na.

dag 3

Als ik na vier plasondernemingen in de nacht (74 jaar), ietwat gebroken, wakker word, is het nog maar zaterdag. De nog niet geprogrammeerde dag. Na het douchen koop ik met mijn oudste zoon (46) bij het bakkertje op de hoek croissants en broodjes gezond. De jongsten (45) zetten thee en koffie. Tobias, Silvester en Merlijn bespreken mijn beveiliging. De lieve jongens zorgen heel goed voor hun krakkemikkige vader.  Eén voor, een achter en een naast me in de metro naar het Île de la Cité. We drinken naast de Notre Dame op een terras grote Cola’s en observeren het kleurrijke publiek. De kerk is afgeschermd met een houten schutting waarop te zien is hoe de kerk wordt gerestaureerd. Het is spectaculair om te zien hoe ze haar na de rampzalige brand opbouwen.

We lopen naar het Musée des Arts et Metiers. Ons laatste museum. Het mooiste museum ooit zal Sil later zeggen. Met een lift naar boven en dan een uiterst interessante  expositie van uitvindingen in chronologische volgorde : de eerste thermometers, klokken, rekenmachines,  bouwtechniek, films, televisies, maanvoertuigen , computers  en uiteindelijk de eerste auto’s (T-ford) , velocipedes ,vliegtuigen en de fameuze Slinger van Foucault. De aarde is rond.

Terug zijn we uiterst tevreden, moe en blij. Straks eten. Onze laatste avond in deze wat opstandige, kunstzinnige,  beetje dorpse wijk. Ons laatste restaurant. “Le temps de Paris”. Hier herleeft de sfeer van de commune van Parijs uit 1871! De wanden bedekt met affiches,  leuzen en posters uit die revolutionaire tijd. De obers hebben koppen die te zien zijn op de schilderijen van Soutine en ander met een visserspet die me doet denken aan de Russische revolutionairen.  Als ik de man met de pet vraag of hij een Breton  is slaakt hij een strijdkreet  en vangt een  Beatlelied aan: “You say goodbye” en ik val in: “and I say hello!!”. Waar het op slaat weet ik niet, maar het klinkt revolutionair en is uiterst “gezellig” . We bestellen varkenswangetjes met puree (eigenlijk gewoon hachee zonder ui), heerlijk,  maar Sil gaat wel erg ver. Voorgerecht: zoute haring. Hoofdgerecht: bloedworst!! Als we geen toetje willen roept de ober met de Soutinekop keihard door de zaal: “Pas de dessert!!??!!” en heft in wanhoop zijn armen  ten hemel. Tevreden betalen we.

Nog een keer lekker slapen  onder mijn snurkende jongens.  Dan lekker naar huis.  Een onwaarschijnlijk lange TGV. In Amsterdam nemen  we afscheid  van Tobias. De rest trekt een kroketje.  Pas in Alkmaar huil ik weer stiekem  als ik de chauffeuse zie.

En zeer geslaagd weekend  Parijs. 

Jongens bedankt. 

Eén reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s